Dat ik nogal ondeugend was, is niet van gisteren. Volgens mijn vader begon dat al in de wieg. Hij (jullie Opa dus) vertelde dat ik de zuigfles op de rand van de wieg kapot sloeg. Dit werd toentertijd opgelost door gebruik te maken van een lege bierfles gevuld met melk, die waren namelijk niet kapot te krijgen.
Toen ik nog een kleuter was, brak de oorlog uit. Ik weet nog dat mijn zus toen ze begon te praten alleen maar “Russisch”sprak. Ik was de enige die haar kon verstaan. Zodoende moest ik altijd met haar mee als tolk. Zeker als we met Ome Chris (op de eerder genoemde supersonische broodwagon) op pad gingen. Jammer genoeg eindigden die tripjes toen de oorlog echt op gang kwam.
Het eerste wat ik me van de oorlog kan herinneren is, dat ik op een avond vroeg naar bed was gegaan, omdat ik ziek was. ’s Avonds laat (mijn ouders waren nog op) werd ik wakker en stond ik op. Mijn moeder vroeg mij wat ik kwam doen. Ik kreeg wat te drinken en moest weer terug naar mijn bed. Maar gelijk werd er boven ons hoofd een bommenluik geopend en met een akelig rotgeluid kwam er een bom naar beneden zeilen. Dat is nou oorlog zei mijn vader. Zo was de eerste bom in Schiebroek gevallen en zo kwam ik te weten wat oorlog is. Mijn vader vertelde mij later dat de Moffen Rotterdam hadden platgegooid. Schiebroek-Rotterdam is maar een klein stukje, maar wij mochten er niet gaan kijken. Mijn vader ging wel, hij werd gelijk tewerkgesteld om aldaar puin te ruimen. Toen hij op een groepje kinderen stuitte, is hij er weggegaan. Dit kon hij niet aanzien.
De oorlog werd steeds heviger. En waar maar handel in zat, of wat eetbaar was en wat maar brandbaar was, was welkom.
Geiten, schapen en koeien werden opgekocht en geslacht. Ik herinner me nog een koe, daar had ik op een dag een alternatieve route voor uitgezet. Maar ik maakte daarbij een kapitale fout. Ik had deze route niet door de ogen van de koe bekeken. Zo moest ik de koe over een dammetje zien te krijgen. Dit mislukte, de koe vond het te gammel en ging er vandoor. Hij sleepte me mee, ik moest hem dus wel loslaten. Later vond ik hem terug bij een politieagent in de tuin. Gelukkig had deze man ook last van honger, zodat ik kon regelen dat ik de koe mee naar huis mocht nemen. De volgende dag vervolgde ik met de koe onze reis naar Berkel alwaar de koe geslacht zou gaan worden. De deal was natuurlijk dat de agent ook een deel van het vlees zou krijgen.
De laatste koe die wij bewerkten, dat werd de grootste strop. Op de plek waar we bezig waren, werd de koe, toen we bijna klaar waren in beslag genomen. Alleen de kop moest nog uitgevild worden, en de hele koe in delen zagen, zouden we de volgende dag doen. Zo stonden we op het punt om naar huis te gaan en juist toen de deur open ging hoorden wij een stem luid zeggen: “Heren, laat u de messen maar vallen”. Tegen mijn vader zei hij: “U, bent hier de baas, zo te zien”.
Waarop mijn vader antwoordde: “Het lijkt er meer op dat u hier de baas bent”. Na een tijdje kwam er een overvalwagen en toen kwam de hoofdman erbij. Hij gaf ons de opdracht de koe in te laden. Maar mijn vader weigerde de koe nog verder aan te raken.
Dus twee agenten pakten de koeienkop bij de hoorns en het touw waaraan die vast had gestaan, en sleepten het mee over de grond.
Mijn vader nam een sprong en landde precies op het touw, zodat er twee agenten met een koeienkop over de grond rolden. Dat was nog even lachen ook. Nadat de koe ingeladen was, kwamen wij aan de beurt. Toen we langs de Villeneuvestraat reden, riep mijn vader: “Ho chauffeur, mijn zoon moet even aan moeder de vrouw zeggen, dat ik iets later thuis kom”. De chauffeur zei: “Daar wordt voor gezorgd”.
In ieder geval kreeg ik in de overvalwagen vier portemonnees in mijn zak geschoven, want ik was te jong om gearresteerd te worden. Zo doende ging ik vrij uit en was dezelfde avond weer thuis.
Dat was de enige keer dat mijn vader geen commentaar had dat ik met de politie in aanraking was gekomen. Alle andere keren dat ik op de politiepost zat, en mijn vader gebeld werd met de opdracht dat hij mij kon komen afhalen, zei hij steevast: “Jullie hebben hem zelf meegenomen, dan breng je hem maar zelf terug ook”.