vrijdag 31 januari 2014

31 januari 1932 - 17 december 2013


Het is vandaag 31 januari 2014, vandaag zou Cor Hoogland 82 jaar geworden zijn.

Maar op 17 december 2013 is Cor overleden en daarmee kwam een definitief einde aan de stroom verhalen uit zijn jeugd, zijn periode als buschauffeur bij de RET etc.

Op de laatste dag dat hij nog helder was heeft hij 's middags nog dergelijke verhalen liggen vertellen aan mij en mijn moeder, en de avond ervoor, toen een deel van zijn kleinkinderen aanwezig was, vertelde hij nog een mop en maakte hij grappen.

De verhalen over zijn werkzame leven als buschauffeur bij de RET waren een belangrijk deel van zijn leven. Sommige verhalen heeft de familie vaak gehoord.

In mijn afscheidspraatje op de begrafenis van Cor heb ik gezegd dat Cor wat rebels ingesteld was. Dat blijkt ook uit verschillende van zijn verhalen op deze blog.

Cor was ook een man van humor, ook dat blijkt uit zijn verhalen. Hij was altijd in voor een practical joke, zoals het kapen van een bus als een collega even (illegaal) thuis koffie aan het drinken was.

En Cor was hulpvaardig. Hij stond altijd voor iedereen klaar.
De laatste jaren van zijn leven had hij vooral de hulp van anderen nodig, want hij kon op het laatst erg weinig meer zelf. Dertig jaar ziekte van Parkinson had zijn sporen nagelaten. Hij is daarin voorbeeldig geholpen door het personeel van de zorginstelling Rijckehove, waar hij de laatste vier jaar van zijn leven doorbracht. Hij vond dat geen straf, het was voor hem als een thuis.
Daarom hier nog een laatste keer een welgemeend dank voor het personeel van de Vogelhof van zorginstelling Rijckehove in Capelle aan den IJssel.

Mijn zus Jorien (Jos voor velen) heeft de vele verhalen van Cor met engelengeduld uitgetypt en klaar gemaakt voor deze blog.
Met dit bericht is deze blog afgesloten, er zullen geen nieuwe bijdragen meer volgen.

Rabat, 31 januari 2014
Jan Hoogland

zondag 6 november 2011

Paardentram (RET)

Lang geleden zat ik in het dienstlokaal met een stel jongelui te praten, toen er een collega kwam binnenlopen die tot chef gebombardeerd was. Hij was nog gekker dan ik.

Hij zei tegen mij: “Cor, weet je nog die keer van de paardentram, toen jij het verkeerde paard meegenomen had?”

“Oja, dat paard stond bij iedere halte te slapen, omdat het net een late dienst achter de rug had. Het paard dat gepland stond voor de vroege dienst, stond zich rot te lachen.”

De jonge chauffeurs wisten niet wat ze hoorden, want onze fantasie sloeg flink op hol. We verzonnen er steeds meer gekkigheid bij.

Dat er van dit verhaal weinig klopte, kwam aan het licht toen zij zich af begonnen te vragen hoe oud ik nou eigenlijk was, in combinatie met het feit dat de electrische tram al meer dan 100 jaar rond reed.

Drie maal in de rondte van je Hopsa…sa! (RET)

Ik had eens een gekke bui en reed een dienst op lijn 45. De zoveelste passagier stapte in zonder “boe of bah” te zeggen. Ik reed op het Hofplein en dacht, zal er iemand zijn kop open doen als ik hier 3x in de rondte rijd. Vervolgens voegde ik de daad bij het woord.

Na 3 rondjes Hofplein was er nog steeds niemand die vroeg of er een omleiding was of iets dergelijks. Toen heb ik mijn rit met veel verbazing verder uitgereden.

donderdag 1 september 2011

Verkeerde beroepskeuze (RET)

Ik had nogal last van mijn rug. De reservedagen die in het rooster zaten werden opgeslokt door conducteursdiensten. Toen ik vroeg om mij een beetje te ontlasten, werd ik totaal niet gehoord. Ik zei tegen de bedrijfsarts dat ik hem een eigenwijze vent vond. En dat hij zijn beroep mis gelopen was. Er was aan hem namelijk een goede fietsenmaker verloren gegaan. Ik meldde me na de eerste reservedienst in de remise. Na het uitrukken met die tram, meldde ik me vanaf de Honingerdijk ziek. Toen moest ik naar de bedrijfsarts toe. Die begon te hakkelen, nadat ik hem een ander beroep had aangeraden. Hij voelde zich ongemakkelijk en stuurde me naar meneer Dinges. Meneer Dinges zei dat ik mijn excuus moest maken bij de bedrijfsarts. Hij zei tegen mij dat ik verder moest nadenken.

En dat deed ik, wel 3 keer, te weten:

1.) Nou niet!        2.) Dan niet!    en    3.) Nooit niet!

Later reed een man van de dienstindeling met mij mee. Toen bleek al gauw dat hij mijn mening over die bedrijfsarts deelde.

Hij zei tegen mij dat ik de enige was die wat ik vond durfde te zeggen tegen die bedrijfsarts. Kort daarna is die bedrijfsarts naar Australiƫ geƫmigreerd.

Vier zwanen (RET)

Tijdens een dienst op lijn 45 lagen er vier zwanen achter een boom op de Bergsingel. Ik heb er even naar gekeken, maar ik zag er geen leven meer in.

Op dat moment hoorde ik een bericht over de mobilofoon van een bestuurder die een melding maakte, dat er een hondje was aangereden en dat het beestje er ernstig aan toe was. Of er een dierenambulance naar toegestuurd kon worden.

Toen reageerde ik: “CP, als die dierenambulance dan toch rijdt, stuur hem dan gelijk even door naar de Bergsingel.”

“Wat is daar aan de hand?” vroeg de CP. Ik antwoordde: “Er liggen daar vier zwanen die heel ernstig gewond zijn.”

“Heeft dat nog zin dan?” was de vraag. Ik zei: “Ik ben niet deskundig, maar alleen hun nekken zijn eraf.”

De volgende dag kwam ik de chef tegen die de vorige avond dienst had op de CP. Hij zei: “Cor, houd jij voortaan je geintjes alsjeblieft voor je, want ik krijg daarvoor op mijn donder.”

Mijn weerwoord was: “Dan straffen ze eindelijk de goeie.”

zaterdag 30 juli 2011

“Piet Grote Stap” (RET)

Er was eens een chef, hoe hij heette dat ben ik vergeten!

In ieder geval liep hij altijd met hele grote stappen met zijn zeven mijlslaarzen.

Op een dag had hij een chagrijnige bui, want hij vond dat er veel te vaak over de CP werd gevraagd “hoe laat is het?”

We moesten van hem allemaal maar eens ons horloge gelijk zetten, want hij was niet meer van plan om continu aan iedereen de juiste tijd door te geven.

Prompt vroeg er iemand: “CP, nu sta ik al een half uur voor de spoorbomen en ze gaan maar niet open.” Waarop hij vroeg: “Waar staat u dan?” “Bij het Kralingse Bos,” was het antwoord.

“Hoe kan dat nou, daar rijdt helemaal geen trein!” zei de chef prikkelbaar. “O, nou dan ga ik maar weer verder” zei de chauffeur onnozel.

Dezelfde chef kwam op een dag bij mij thuis langs en vroeg of ik met hem mee ging naar de CP.

Ik vroeg hem wat ik daar zou moeten doen. Hij vertelde dat ik dat daar wel te horen zou krijgen.

Ik vroeg hem of het om een klacht ging. Hij stelde dat je dat zo wel zou kunnen noemen. Waarop ik doorvroeg of dat in diensttijd gebeurd was. Toen hij dat bevestigde, zei ik hem dat hij dan ook maar in diensttijd daarop terug moest komen. Ik zei tegen hem

“morgen om 16.00 uur ben ik te spreken in het dienstlokaal.”

Vervolgens deed ik de deur voor zijn neus dicht. En zo vertrok hij met grote stappen onverrichterzake naar de Kleyweg terug.

Joyrijden (RET)

Op een avond bracht ik een wasmachine naar een vriendin toe in de Pluvierstraat. Daar stond een autobus van lijn 34 geparkeerd.

Ik stapte die bus in en startte met behulp van een spijker.

Zo reed ik, in mijn overall en op klompen, de bus naar het beginpunt.

Daar aangekomen stapte de eerste passagier in en meteen reed ik terug richting Pluvierstraat. De eigenlijke chauffeur, was al op weg naar zijn bus, zodat hij precies om half 8 aan het beginpunt zou zijn.

Hij schrok zich het “leplazerus” toen hij zag dat zijn bus verdwenen was. Hij wilde het gelijk op een draven zetten richting beginpunt.

Plotseling dook er nog een collega (buiten diensttijd) op, waartegen hij al stotterend verklaarde dat zijn bus kwijt was. Waarop hij het antwoord kreeg, dat die ander een bus met een chef erin voorbij had zien komen.

Bij mij in de bus vroeg mijn passagier: “Cor, er was hier toch net nog een andere bus, dat klopt toch niet?” Ik zei: “Die bus komt zo terug.”

Tegelijkertijd zie ik hem in mijn spiegel aankomen. Dat was een leswagen. De instructeur vroeg mij: “Waar ben jij naar toe geweest?”

Zeker thuis koffie wezen drinken?” “Dat doen we niet meer!”

“Ach, man, als we nog eens zo’n zelfde dienst, op dezelfde tijd hebben, dan krijg jij ook een bakkie koffie”, beloofde ik hem.

Deze spontane actie was tevens mijn eerste kennismaking met de allereerste vrouwelijke buschauffeur.

Na verloop van tijd kwam ik terug op de plek, waar ik de bus vandaan had gepikt. De diensdoende chauffeur was opgelucht dat hij mij aan zag komen. Lachend verwisselden wij van plaats, zodat hij zijn dienst kon vervolgen.