woensdag 20 april 2011

De mol (RET)

Lang geleden had ik eens een late dienst en reed ik over de Kralingseweg richting garage Kleyweg. Aan deze weg had ik een groentetuin met een paar beestjes. Deze beestjes hadden honger en ik besloot deze even tussentijds te voederen. Daar aangekomen, viel mijn oog op de mollenklem. En ja hoor… “Linda” zat erin. Reanimatie mocht niet meer baten. Dus ik stak de mol maar in mijn uniformjaszak. Na het voeren vervolgde ik mijn rit naar de Kleyweg.
Toen ik daar aankwam stond er een bus van lijn 39 klaar. Ik keek of er al een geldkistje in zat en dat was het geval. Daar heb ik mijn molletje ingestopt.
Even later kwam ik in het dienstlokaal. Mijn baas vroeg: “Wat heb jij nu weer uitgevreten?”
Ik zei: “Helemaal niks”. Ik vroeg hem daarna: “Van wie is die 39?” 
“Van de RET”, zei die lolbroek. “En daar gaat de chauffeur, kom we gaan er heen”.
Die chauffeur had net zijn geldbakje opengedaan en hij riep een heleboel piep-piep-piep-woorden, terwijl hij in dat zachte velletje greep.
Ik vroeg: “Heb je moeilijkheden, Hein?”
Hij antwoordde: “Ze hebben een mol in mijn bakje gedaan”.
Ik vroeg: “Wie?”
Hij zei: “Als ik dat wist dan ……”
Waarop ik zei: “Ik heb het gedaan”.
Hij zei: “Je liegt dat je barst”.
Ik zei: “Spreek ik een keer de waarheid en dan geloven ze me niet!”
In de loop van de avond kreeg diezelfde wagen pech. Toen hij over de mobilofoon aan de CP om een andere wagen vroeg, zei de chef CP: “Ogenblikje Hein, wil je dan een wagen met of zonder molshopen?” Daarna klonk er over de mobilofoon weer een hele riedel onfatsoenlijks.

Ontevreden klant (RET)

Op een avond reed ik op lijn 34 en kreeg ik van een passagier een krant. Hierin stond een stuk over “Service en Discipline bij de RET”. Omdat ik voor deze organisatie werkte, interesseerde mij dat bijzonder. Er was namelijk een journalist (Bram Oosterwijk) die een oude auto bezat. Op een dag wilde zijn auto niet starten. Hij ging daarom met het OV naar zijn werk. Hij trof het slecht, want lijn 2 reed net voor zijn neus weg. Op de volgende tram stond een conducteur waar de chagrijn van afdroop. Hij had geen goedemorgen gezegd en na de aanschaf van een plaatsbewijs ad fl. 1,-- kon er ook geen alstublieft of dank u wel af.
Bij het eindpunt aangekomen, heb ik na het lezen van zijn stuk, zijn nummer in het telefoonboek opgezocht. Ik belde hem en zei : “U spreekt met een Hork” (Zo noemde hij in zijn stuk alle RET-ers). Daarop kwam een reactie, waarin hij nog veel meer lelijks over ons uitkraamde. Hij besloot het gesprek met dat hij nooit meer met het OV meewilde.
 Ik zei : “Ik kan er werkelijk niet van slapen, als ik een klant ben kwijt geraakt!”. En ik bood aan dat als zijn auto de volgende dag niet zou starten, dat hij mij mocht bellen, dan zou ik hem aan komen slepen.
Naar aanleiding van dit stuk had ik een copie gemaakt en dit met telefoonnummer opgehangen in ons eindhaltehok. Met het verzoek aan alle collegae, deze ontevreden klant op verschillende tijdstippen te bellen met klantvriendelijke ideeën.
De volgende collega die hem belde, bood hem een stel wandelschoenen aan, die hij toch niet meer gebruikte.
Weer een ander belde met de vraag : “Kan ik u echt niet verleiden om de volgende keer toch de bus te pakken?” “Dan krijg je een bus met een vrolijke chauffeur met een feestneus op”.
Erg vriendelijk vond hij dat, maar het hoefde van hem niet meer, waarop hij de hoorn op de haak smeet.
Later heb ik naar aanleiding van zijn stuk een ingezonden brief aan het Rotterdams Nieuwsblad gestuurd. Mijn vrouw dacht dat mijn brief vast flink geschrapt en ingekort zou worden. Maar de krant heeft het stuk in zijn geheel geplaatst. Daarop heb ik later van veel collegae en passagiers positieve reacties gehad.

Tijd voor Rijckehoven - Toen en nu – deel 2

Het is nu al weer 15 jaar geleden, dat ik zelf dagbehandeling aanvroeg. En dat werd toentertijd toegekend. Daarnaast kreeg ik ergotherapie en logopedie.
Verder kreeg ik begeleiding bij aanvragen van eventuele hulpstukken die het leven voor mij zouden veraangenamen.
Zo kwam ik ook terecht bij fysiotherapie. Hier leerde ik mijn lichaam weer te gebruiken zoals het hoorde of zoals het beter voor mij zou zijn. Vooral de groepstherapie vond ik erg fijn om te doen. Omdat er in deze groep veel begrip is en we elkaar goed kunnen steunen.
Het onderdeel logopedie volg ik hier nu al zo’n jaar of tien. Ook in deze groep voel ik me als een vis in het water. We hebben dikke pret bij de opdrachten die we krijgen. Ook wordt hier wel eens een traantje weggepinkt. Soms omdat er iemand van de groep is overleden, of als iemand door ziekte tijdelijk niet mee kan doen in de groep. Ook wel eens wanneer er een gevoelige snaar wordt geraakt. Maar doorgaans overheerst het plezier in het samenzijn en oefenen.