Lang geleden had ik eens een late dienst en reed ik over de Kralingseweg richting garage Kleyweg. Aan deze weg had ik een groentetuin met een paar beestjes. Deze beestjes hadden honger en ik besloot deze even tussentijds te voederen. Daar aangekomen, viel mijn oog op de mollenklem. En ja hoor… “Linda” zat erin. Reanimatie mocht niet meer baten. Dus ik stak de mol maar in mijn uniformjaszak. Na het voeren vervolgde ik mijn rit naar de Kleyweg.
Toen ik daar aankwam stond er een bus van lijn 39 klaar. Ik keek of er al een geldkistje in zat en dat was het geval. Daar heb ik mijn molletje ingestopt.
Even later kwam ik in het dienstlokaal. Mijn baas vroeg: “Wat heb jij nu weer uitgevreten?”
Ik zei: “Helemaal niks”. Ik vroeg hem daarna: “Van wie is die 39?”
“Van de RET”, zei die lolbroek. “En daar gaat de chauffeur, kom we gaan er heen”.
Die chauffeur had net zijn geldbakje opengedaan en hij riep een heleboel piep-piep-piep-woorden, terwijl hij in dat zachte velletje greep.
Ik vroeg: “Heb je moeilijkheden, Hein?”
Hij antwoordde: “Ze hebben een mol in mijn bakje gedaan”.
Ik vroeg: “Wie?”
Hij zei: “Als ik dat wist dan ……”
Waarop ik zei: “Ik heb het gedaan”.
Hij zei: “Je liegt dat je barst”.
Ik zei: “Spreek ik een keer de waarheid en dan geloven ze me niet!”
In de loop van de avond kreeg diezelfde wagen pech. Toen hij over de mobilofoon aan de CP om een andere wagen vroeg, zei de chef CP: “Ogenblikje Hein, wil je dan een wagen met of zonder molshopen?” Daarna klonk er over de mobilofoon weer een hele riedel onfatsoenlijks.