maandag 6 juni 2011

Kruiwagen en Pruimenpers (RET)

Lang geleden had ik eens een reservedienst en reed ik over de Coolsingel richting CS. Opeens kreeg ik van een bestuurster te horen over de mobilofoon : “Centrale Post, vraag ik hier aan een werkman of hij zijn kruiwagen even aan de kant wil parkeren, zodat ik er langs zou kunnen, geeft hij me een enorme grote bek”.
Natuurlijk kon ik daarop mijn mond weer niet houden en zei ik:
“Ach, meid, rijd toch die kruiwagen in puin!”.

Tijdens die zelfde rit naar CS kom ik op het Weena, zie ik daar  net een hele slanke, jonge dame uitstappen. Ik zeg tegen mijn collega, waar ze bij uitstapte : “Heb jij wel eens een pruimenpers gezien?”
Zijn antwoordt was: “Nee”.
Waarop ik zei: “Moet je eens voorzichtig naar rechts kijken”.
Hij keek en begreep wat ik bedoelde en hij begon te grinniken.
Natuurlijk kwamen hierop wederom over de mobilofoon verschillende reacties van anderen.
Een ervan luidde : “Cor Hoogland, houd je kop!”

“Blijf van mijn Lijf!” (RET)

Er zei eens een vrouw tegen mij, “doe je vrouw de groeten.”
Ik zei: “Dat kan niet”.
Ze vroeg: : “Waarom niet?”
Ik zei: “Ik ben weggelopen.”
Ze vroeg: “Waarom?” “Heeft ze een andere man?”
Ik zei: “Nee, ik was dronken thuis gekomen en toen heeft zij mij geslagen.”
Twee dagen later kwam ik haar weer tegen in de bus en vertelde  zij mij dat zij was geslagen door haar Arie.
Toen heb ik tegen haar gezegd dat dat niks erg was, en dat ze dan gewoon naar het “blijf-van-mijn-lijf-huis”  moest gaan.
Ik vertelde haar dat ik daar laatst ook twee dagen gezeten had.
Toen wilde ze gelijk weten waar dat huis stond.
Ik heb haar verteld dat het huis aan de Schieweg staat.
En verder fantaseerde ik erbij dat ik toen ik daar de derde dag wakker werd en naar buiten keek, een vrouw buiten voor de deur zag lopen met een de volgende tekst op haar rug. “Cor, ik wil je terug!”
Toen ben ik maar weer met haar mee gegaan.

Vaste halte 2 (RET)

We hadden een chef die hartstikke gek was. Dat was in de tijd dat we in Capelle nog geen PW hadden rijden. We maakten toen zoveel mogelijk gebruik van lijn 2, die van Charlois naar de Remise Kralingen reed, met daarin altijd de halte aan Hillesluis.
Altijd vaste prik, stond aan de Hillesluis die chef, die de vermoeide chauffeurs, die in de tram al hun trommels uit zaten te rekenen,
(een enkele oude knar zal nog wel weten wat daarmee bedoeld wordt) op te wachten. Ten eerste mochten die chauffeurs eigenlijk al helemaal niet zitten, zelfs al was de tram compleet leeg.
Hij stond erop dat de chauffeurs bleven staan. Als wij hem zagen staan, stonden wij als één man op, en maakten tegelijkertijd het gebaar van “dikke-lul” en gingen daarna allemaal gelijk weer zitten.
Die chef verschoot van kleur. Hij wist dat er nog twee chauffeurs op de fiets door moesten naar Capelle. Hij wachtte tot de tram in Kralingen was. Toen wij daar aankwamen, was er telefoon voor
H. en H. De ene H. nam de telefoon aan en zei een heleboel lelijke woorden en gooide daarna de telefoon hardhandig op de haak. Dat ie nog heel was, was een wonder. De ander H. zei toen: “Wat jammer nou, ik had hem ook nog graag even aan de lijn gehad.”
De dienstdoende chef in Kralingen zei: “Daar krijgen jullie last mee.”
Maar uiteindelijk hebben we daar nooit meer iets over gehoord.